Tantra-Lotus, Kum-nye Tantra praktijk in Breda.
Yoga-Kundalini Upanishad; hoofdstuk 1
   

- Yoga-Kundalini Upanishad, hoofdstuk 1 -

.

Vers 1.
Chitta is het bovenbewuste denken, het denkmaterie, het is de bewaarplaats van herinneringen, Samskaras of indrukken van akties worden er in vastgelegd. Het is één van de vier delen van het antahkarana.

Vers 2.
Denken is gevormd uit wind, het is dus vluchtig zoals de wind, intellect is gevormd uit vuur, Chitta is gevormd uit water. Ego is gevormd uit aarde.

Vers 3.
Chitta heeft twee oorzaken van bestaan : vasanas of subtiele verlangens en de vibratie van Prana.

Vers 4.
Als één van beide gecontroleerd wordt is het resultaat, dat beide gecontroleerd worden.


Mitahara, Asana en Shakti Chalana.

Vers 5.
Van deze twee, Prana en Vasanas, zal de Yogastudent de Prana controleren met gematigd eten, door Asanas of Yogahoudingen, en ten derde door Chakti-Chalana.

Vers 6.
O Gautama : ik zal u de uitleg verschaffen van de natuur van deze drie discipline. Luister met onverdeelde belangstelling.

Vers 7.
De Yogi zal aangenaam en voedzame voeding tot zich nemen. Hij zal half zijn maag vullen met voedsel. Hij zal dan water drinken, een vierde deel van de maag. Hij zal het vierde deel van de maag leeg laten, met de bedoeling, Heer Shiva, de heer van de yogis, gunstig te stemmen. Dit is gematigd in dieet.

 

De Padma en Vajra Asana.

Vers 8.
Plaats de rechtse voet op de linker dij en de linker voet op de rechter dij, dit is Padmasana, deze houding is de vernietiger van alle zonde.

Vers 9.
Plaats één hiel onder de Muladhara en de andere er over, en zit met het lichaam, nek en hoofd op één lijn, dit is diamandzit of Vajrasana. Muladhara is de basis van de Kanda, de geslachtsorganen.

 

Het opstijgen van de Kundalini.

Vers 10.
Een wijze Yogi zal de Kundalini opwaarts brengen van de Muladhara tot de Sahasrara op de duizendbladige lotus in de top van het hoofd. Dit proces wordt Shakti Chalana genoemd.

Vers 11.
De Kundalini zal gaan van de Svadishtana Chakra, de Manipura Chakra in de navel, de Anahatha Chakra in het hart, de Vishuddha Chakra in de keel en Anja Chakra tussen de wenkbrauwen of de Trikuti.

Vers 12.
Twee zaken zijn nodig voor de beoefening van Shakti Chalana één is de Sarasvati Chalana en de andere is het in bedwang houden van de Prana of de adem.

Vers 13.
Sarasvati Chalana is het opwekken van de Sarasvati Nadi. Sarasvati Nadi is gesitueerd aan de westkant van de navel temidden van de veertien Nadis. Sarasvati wordt Arundhati genoemd.

Vers 14.
Door de beoefening van Sarasvati Chalana en het inhouden van de Prana zal de Kundalini, die opgerold is, zich oprichten.

Vers 15.
De Kundalini kan worden opgewekt enkel als Sarasvati opgewekt is.

Vers 16.
Wanneer de Prana of adem door ida gaat, linker neusgat, zal men stevig zitten in Padmasana, de Akasa van 12 tellen verlengen met vier tellen inwaarts. In de uitademing gaat de Prana uit voor 16 tellen en in de inademing gaat het voor 12 tellen, dus verlies 4 tellen, maar als men inademt voor 16 tellen dan wordt de Kundalini opgewekt.

Vers 17.
De wijze Yogi zal de Sarasvati Nadi tevoorschijn halen, met de bedoeling het verlengen van de adem en houd hem vast tesamen met deide ribben, nabij de navel, de wijsvingers en de duim van beide handen, één hand aan iedere zijde, zal de kundalini opwaarts sturen met al zijn kracht, van links naar rechts telkens keer weer. Dit opwaarts sturen mag verlengd worden tot men een tijdsduur verkrijgt van 48 minuten.

Vers 18.
Dan zal hij zich een beetje oprichten wanneer de Kundalini zijn ingang vindt in de Sushumna. Dit is het gemiddelde bij wie de Kundalini de ingang van de Sushumna binnengaat.

Vers 19.
Tezamen met de Kundalini gaat Prana uit zichzelf de Sushumna in.

Vers 20.
De Yogi zal ook de navel uitrekken door de nek samen te drukken. Na dit, door Sarasvati te schudden, wordt de Prana boven de borst gestuurd, door samentrekking van de nek gaat vanuit de borst naar boven.

Vers 21.
Sarasvati heeft geluid in haar schoot. Zij zal elke dag in vibratie opgeschut worden.

Vers 22.
Enkel door het schudden van Sarasvati geneest men van Jalodara of waterzucht, Gulma (een ziekte van de Milt) en alle andere ziekte die zich situeren in de buik.

 

Variaties van Pranayama.

Vers 23.
Ik zal u nu een beschrijving geven van Pranayama. Prana is de Vayu die beweegt in het lichaam. Het inhouden van de Prana in bekend als Kumbhaka.

 

Vers 24.
Kumbhaka heeft twee vormen namelijk : Sahita en Kevala.

Vers 25.
Totdat hij Kevala verkrijgt zal de Yogi Sahita beoefenen.

Vers 26.
Er zijn vier Bhedas of delen. Deze vier zijn : Surya, Ujjayi, Sitala en Bhastrika. Sahita Kumbhaka is de Kumbhaka dat samengaat met deze vier.

 

Surya Bheda Kumbhaka.

Vers 27.
Zoek een plaats die zuiver is, mooi en vrij is van steentje, doorns, enz. Het zal de lengte hebben van een boog, vrij van koude, vuur en water. Op deze plaats, neemt men een zuivere en aangename zitplaats dewelke niet te hoog is, of te laag is. Daarop zit men in Padmasana. Nu schud of brengt men Sarasvati in vibratie, adem traag vuit de buitenzijde door het rechter neusgat, zolang als dit gemakkelijk is, en adem uit door het linker neusgat. Adem uit nadat men de schedel gezuiverd heeft, breng krachtig de adem opwaarts, deze vernietigd de vier zondes veroorzaakt door Vayu. Het vernietigd ook de ingewandswormen. Dit zal dikwijls herhaald worden. Het wordt Surya Bheda genoemd.

 

Ujjayi Kumbhaka.

Vers 28.
Sluit de mond, adem langzaam in door beide neusgaten, houd het in de ruimte tussen het hart en de nek, adem dan uit door het linker neusgat.

Vers 29.
Dit verwijderd beide, de hitte in het hoofd en het slijm in de keel, het verwijderd alle ziekte. Het zuivert het lichaam en verbeterd de spijsvertering. Het verwijderd alle onzuiverheden die tevoorschijn komen in de Nadis, Jalodara of waterzucht, dat is water in de buik, en Dhatus. De naam voor deze Kumbhaka is Ujjayi. Het kan beoefend worden zelfs als men gaat of staat.

 

Sitali Kumbhaka.

Vers 30.
Adem in door de tong met het sissende geluid “Sa”. Houd het zoals hierboven. Dan traag uitademen door beide neusgaten. Het wordt Sitali Kumbhaka genoemd.

Vers 31.
Sitali Kumbhaka koelt het lichaam. Het vernietigd Gulma of de chronische spijsverteringsstoornis, Pliha (een ziekte van de milt), tering, gal, koorts, dorst en vergiftiging.

Vers 32.
Zit in Padmasana het lichaam en de nek rechtop, sluit de mond en adem uit door de neusgaten. Dan adem in, een beetje opwaarts naar de nek zo dat de adem de ruimte vult, met geluid, tussen de nek en de schedel. Dan adem uit op dezelfde manier en adem in telkens keer weer. Zoals de blaasbalk van een smid beweegt, lucht opzuigt en dan loslaat, zo zal u de lucht in het lichaam bewegen. Wanneer u moe wordt adem dan door het rechter neusgat. Als de buik vol is met Vayu, druk dan de neusgaten met al u vingers, uitgezonderd de wijsvingers, doe Kumbhaka en adem uit door het linker neusgat.

Vers 33.
Deze verwijderd de ontstekingen van de keel. Het verbeterd de spijsvertering. Het geeft iemand de mogelijkheid kennis te maken met Kundalini. Het produceert zuiverheid, verwijderd zonde, geeft plezier en geluk en het vernietigd slijm dewelke de hindernis is voor de ingang van Bramhanadi of de Sushumna.

Vers 34.
Het doorboord ook de drie Granthis of knopen op een andere manier dan de gebruikelijke drie van de natuur of Gunas. De drie Granthis of knopen zijn Vishnu Granthi, Brahma Granthi en Rudra Granthi. Deze Kumbhaka wordt Bhastrika genoemd. Deze zal speciaal beoefend worden door de Hatha Yogis.

 

De Drie Bhandas

Vers 35.
De yogi zal nu de drie Bandhas beoefenen. De drie Bhandas zijn : De Mulabandha, De uddiyana Bandha en de Jalandhara Bandha.

Vers 36.
Mula Bandha : Apana (Vayu) dewelke een neerwaartse tendens heeft, wordt opwaarts gedwongen door de sluitspier van de anus. Mula Bandha is de naam van dit proces.

Vers 37.
Wanneer Apana wordt opgewekt en de grot van Agni (vuur) berijkt, dan groeit de vlam van Agni, wordt aangeblazen door Vayu.

Vers 38.
Dan in een verhitte staat, versmelten Agni en Apana met Prana. Deze Agni is heel vurig. Door deze, het vuur wordt opgewekt in het lichaam en wekt de slapende Kundalini door zijn hitte.

Vers 39.
Dan maakt deze Kundalini een sissend geluid. Het zet zich rechtop zoals een slang die geslagen wordt door een stok, en gaat binnen in de opening van Brahmarandra op de Sushumna, daarom zal de yogi dagelijks de Mulabandha beoefenen.

Vers 40.
De Uddiyana Bandha : aan het einde van de Kumbhaka en aan het begin van de uitademing zal men de Uddiyana Bandha beoefenen, omdat Prana Uddiyate, of de Prana gaat opwaarts in de Sushumna in deze Bandha. De Yogis noemen het Uddiyana.

Vers 41.
Zit is Vajrasana, houd goed de beide tenen met de twee handen. Dan duw aan de Kanda en aan de plaats nabij de twee enkels. Dan geleidelijk aan de Tana steunen de Nadi of draad aan de westkant, eerst tot Udara of het bovenste deel van de abodomen boven de navel, dan naar het hart en dan naar de nek. Wanneer de Prana Sandhi bereikt of de verbinding met de navel; langzaam verwijderd het onzuiverheden en ziekten in de navel. Om deze reden zal deze heel regelmatig beoefend worden.

Vers 42.
De Jalandhara Bandha : Deze zal beoefend worden aan het einde van Puraka (inademing) dit is van de vorm van een samentrekking van de nek en is een beletsel van de doorgang van Vayu (opwaarts).

Vers 43.
De Prana gaat door de Brahmarandra aan het westerse Tana in het midden, wanneer de nek ogenblikkelijk wordt samengetrokken door neerwaarts te buigen, zodat de kin de borst kan raken. De houding aannemend zoals hierboven wordt vermeld. De yogi zal Sarasvati opwaarts sturen en de Prana controleren.

 

Hoe dikwijls Kumbhaka beoefend moet worden.

Vers 44.
Op de eerste dag, Kumbhaka zal vier keer beoefend worden.

Vers 45.
Het zal tien keer gedaan worden, op de tweede dag, en dan vijf keer afzonderlijk.

Vers 46.
Op de derde dag, twintig keer is genoeg. Nadien zal Kumbhaka beoefend worden met de drie Bandhas en men zal het aantal verhogen met vijf keer elke dag.

 

De hindernissen van de beoefening van Yoga en hoe ze overwinnen.

Vers 47.
Er zijn zeven hindernissen van ziekte in het lichaam. Slapen gedurende de dag. Is de eerste, Late nachtwake is de tweede, de derde is buitengewone seksuele bezigheid. Begeven tussen de mensenmassa is de vierde en de vijfde is het effect van ongezonde voeding. Het bekijken van uitgescheiden urine en feces is de zesde en de zevende is geforceerde mentale oefening met Prana.

Vers 48.
Wanneer men aangevallen wordt door zo een ziekte, de Yogi die bezorgd is zegt : “mijn ziekte komt tevoorschijn uit mijn yogabeoefening”. Dan zal hij ophouden met oefenen. Dit is de eerste hindernis in Yoga.

Vers 49.
De tweede hindernis in Yoga is twijfelen aan de doeltreffendheid van zijn Yogabeoefening.

Vers 50.
Derde hindernis is zorgeloosheid of een staat van verwarring.

Vers 51.
De vierde in onverschilligheid of luiheid.

Vers 52.
Slaap is de vijfde hindernis van yogabeoefening.

Vers 53.
De zesde is de zintuiglijke objecten niet kunnen lossen; de zevende is foutieve waarneming of bedrog.

Vers 54.
De achtste is sensuele objecten of bezorgd zijn van de wereldse zaken. De negende is gebrek aan vertrouwen. De tiende is geen aanleg hebben voor  het begrijpen van de Yogawaarheid.

Vers 55.
De verstandige beoefenaar van Yoga zal met de bedoeling van nader onderzoek en grote overweging deze tien hindernissen vermijden.

 

Het opwekken van de Kundalini.

Vers 56.
Met het denken standvastig om de Waarheid, zal de beoefening van Pranayama dagelijks beoefend worden. Dan neemt de Prana zijn toevlucht in de Sushumna. De Prana zal daar niet bewegen.

Vers 57.
Wanneer de onzuiverheden van het denken aldus verwijderd zijn, en de Prana is geabsorbeerd in de Susumna, wordt men een ware Yogi.

Vers 58.
Wanneer de opgehoopte onzuiverheden die de Sushumna verstoppen, volledig verwijderd worden en de doorgang van de vitale lucht door de Sushumna zijn effect bereiken door het aannemen van Kevala Kumbhaka. De yogi stuurt krachtig de Apana die een neerwaartse neiging hebben opwaarts door het samentrekken van de anus (Mula Bandha).

Vers 59.
Aldus opgewekt, vermengt Apana zich met Agni. Dan gaat het snel naar boven naar de verblijfplaats van Prana. Dan versmelten Prana en Apana met mekaar, gaat naar Kundalini die opgerold en slapende is.

Vers 60.
Verhit door Agni en opwaarts gestuurd door Vayu, Kundalini rekt zijn lichaam uit en het binnenste van de opening van de Susumna.

 

De Kundalini berijkt de Sahasrara doormiddel van het doorboren van de drie knopen.

Vers 61.
De Kundalini doorboord door Brahmagranthi gevormd uit Rajas. Het “Flast” ogenblikkelijk zoals een bliksemschicht aan de ingang van de Susumna.

Vers 62.
De Kundalini gaat ogenblikkelijk door Vishnugranti naar het hart. Dan gaat het opwaarts door de Rudragranti en daarboven naar het midden tussen de wenkbrauwen.

Vers 63.
Deze plaats doorboord hebbende, gaat de Kundalini opwaarts naar de Mandala (bol) van de maan die droogt de vochtige producten op van de maan is Anahata Chakra die zestien bladen heeft.

Vers 64.
Door de snelheid van Prana, wanneer het bloed opgeroerd, wordt het gal door zijn kontakt met de zon, dan gaat het naar de ruimte van de maan. Hier wordt het de natuur van puur slijm.

Vers 65.
Wanneer het daar vloeit, hoe wordt het bloed die heel koud is, verhit ?

Vers 66.
Omdat op dezelfde tijd de intense witte vorm van de maan snel verhit. De Kundalini die beroerd wordt beweegt zich opwaarts en de regen van nectar vloeit overvloedig.

Vers 67.
Als een resultaat van dit verslinden, dat, de Chitta van de Yogi wordt weggehouden van alle sensuele genot. De Yogi is enkel en alleen geabsorbeerd in Atma doormiddel van het offer “nektar” genoemd. Hij neemt  zijn plaats in zijn eigen Zelf.

Vers 68.
Hij geniet van deze hoogste staat. Hij wordt devoot tot Atman en verkrijgt vrede.

 

Het oplossen van Prana en andere.

Vers 69.
De Kundalini gaat dan naar de verblijfplaats in de Sahasrara. Het geeft de acht vormen op van Prakriti : aarde, water, vuur, lucht, ether, denken, intellect en egoïsme.

Vers 70.
Nadat de ogen sluiten, het denken, de prana en het andere omvattend, gaat de Kundalini naar Shiva en omvat Shiva ook, en lost op in Sahasrara.

Vers 71.
Dus Rajas-Sukla of het zaadvocht die opwaarts gaat naar Shiva, tezamen met Marut of de Vayu, Prana en Apana die altijd worden geproduceerd, worden gelijk.

Vers 72.
Prana vloeit in alles, groot en klein, beschrijfbaar en onbeschrijfbaar, als vuur in goud. De adem los ook op in zichzelf.

Vers 73.
Tesamen geboren van dezelfde kwaliteit, de Prana en Apana lossen zichzelf ook op in de aanwezigheid van Shiva in Sahasrara. Een evenwichtige positie bereikt hebbend, gaat zij niet langer op en neer.

Vers 74.
Dan gedijd de yogi met Prana gericht naar buiten in de vorm van verzachte elementen of in de meer omvattende vorm van een zachte indruk en de spraak heeft enkel de vorm van herinnering.

Vers 75.
Alle vitale lucht verspreid dan zichzelf volledig in zijn eigen lichaam zoals goud in een smeltkroes geplaatst in vuur.

 

Ervaar alles als Bewustzijn gedurende Samadhi.

Vers 76.
Het lichaam van de Yogi verkrijgt een heel subtiele staat van het pure Brahman. Door de oorzakelijkheid van het lichaam, gemaakt van de elementen, wordt het geabsorbeerd in een subtiele staat in de vorm van Paramatman, of de uiteindelijke Godheid, het lichaam van de Yogi geeft zijn onzuivere lichamelijke staat op.

Vers 77.
Dat alleen in de Waarheid de basis van alle zaken, welke bevrijd van de staat van ongevoeligheid en is verstoken van onzuiverheden.

Vers 78.
Dat alleen dat is van de natuur van het absolute Bewustzijn, dat van het karakter is of het toeschrijven van “IK” aan alle wezens, het Brahman, de subtielste vorm van Dat alleen is de Waarheid onder alle dingen.

Vers 79.
De ontkenning van de notie dat Brahman is benoemd, de illusie van het bestaat en niet bestaan, van iets los van Brahman (wat zou niet zijn), een ervaring van zoiets als dit wat overblijft, dit zal de Yogi kennen als Brahman. Tezamen met de ontvangst van zulke kennis in de vorm van Atman, bevrijding is verkregen door hem.

Vers 80.
Wanneer dit niet het geval is, en er enkel van alle absurde tekens tevoorschijn komen. De koord-slang en andere absurde teken, door ilusie tevoorschijn gebracht. Absurde noties, die tevoorschijn komt, zoals die notie die mannen en vrouwen hebben van silver, in de schelp van een pareloester.

Vers 81.
De Yogi zal zich de éénheid realiseren van Visvatman en andere tot Turiya. Hij zal de eenheid realiseren van de Microcosmos met Viratatman en andere tot Turiya van de Marcocosmos, alsook de Linga met Sutratman, of het Zelf met de ongemanifesteerde staat, of het Atman gemanifesteerd in iemands Zelf met Atman van Bewustzijn.

Vers 82.
De Kundalini Sakti is zoals een draad in de lotus, het schitterd. Het bijt met zijn mond het uiteinde van het lichaam, aan de basis van de lotus, de Mulakanda of Muladhara.

Vers 83.
Het is in contact met de grot van Brahmanadi of de Susumna, neemt de staart vast met zijn mond.

Vers 84.
Gezeten in Padmasana, als een persoon zich concentratie op zijn anus (Mulabandha) eigen heeft gemaakt, ervoor zorgt dat de Vayu opwaarts gaat met het denken doelbewust in Kumbhaka, dan komt Agni zeer heet tot Svadhistana en bezit de beweging van Vayu.

Vers 85.
Door de beweging van Vayu en Agni, Kundalini doorboort en opend Brahma Granthi, daarna doorboord en opend Vishnu Granthi.

Vers 86.
Dan doorboord Kundalini Rudra Granthi, daarna, doorboort het de zes lotussen of plexus. Dan is de Kundalini Sakti gelukkig met Shiva in Sahasradala Kamala, de Duizendbladige lotus. Dit zal gekend zijn als de hoogste Avastha of staat. Dit alleen is de gever van de uiteindelijke schoonheid.

 

 

 

 

 

   
   

 

Tantra-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Tantra-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.